INBEDRIJF
STELLING.
Een correct geïnstalleerd systeem moet ook gecontroleerd worden opgestart. Daarnaast moet de installateur weten hoe hij handelt wanneer een systeem onmiddellijk veilig moet worden afgeschakeld of wanneer een calamiteit ontstaat.
START VEILIG.
STOP VEILIG.
HANDEL VEILIG.
VOORDAT U INSCHAKELT.
Inbedrijfstelling vindt pas plaats nadat installatie, kabelgeleiding, polariteit en de verplichte controles zijn uitgevoerd. Module 7 begint dus waar Module 6 eindigt: met een gecontroleerde installatie.
De cursist moet de opstartprocedure kunnen simuleren en de volgorde verbaal correct kunnen onderbouwen tijdens het huidige praktijkassessment.
DRIE STAPPEN.
ÉÉN VOLGORDE.
Het huidige praktijkassessment geeft een vaste verbale opstartvolgorde.
BMS / batterijpack
Volgens het huidige assessment wordt eerst het BMS of batterijpack ingeschakeld.
DC-schakelaar / zekering
Daarna wordt de DC-schakelaar of de daarvoor bedoelde zekering omgezet.
AC-voeding
Als derde stap wordt de AC-voeding vanuit de meterkast ingeschakeld.
START HET SYSTEEM.
Klik de drie onderdelen in de juiste volgorde aan. Eén verkeerde keuze reset de simulator.
ÉÉN HANDELING.
VEILIG UIT.
Het huidige praktijkassessment verlangt dat de kandidaat de externe werkschakelaar of ESD kan aanwijzen en kan demonstreren hoe het systeem daarmee in één handeling volledig spanningsloos wordt gemaakt.
In het huidige examenmateriaal wordt de ESD/noodstop bij voorkeur buiten de opstellingsruimte of in de meterkast geplaatst, zodat deze direct bereikbaar is.
ROOK OF BRAND.
WAT DOET U?
Het huidige calamiteitenprotocol beschrijft een vaste handelingslijn wanneer sprake is van ernstige rookontwikkeling of brand rond een LiFePO4-batterijsysteem.
Afschakelen
Indien dit veilig mogelijk is: activeer de externe ESD/noodstop.
Evacueren
Verlaat het pand en zorg dat aanwezigen eveneens naar buiten gaan.
Deuren sluiten
Sluit deuren om verspreiding van rook zoveel mogelijk te beperken.
112 bellen
Meld expliciet dat het om een stationair LiFePO4-batterijsysteem gaat.
ZEG WAT ER STAAT.
Het huidige praktijkassessment verlangt dat de kandidaat bij een calamiteit duidelijk benoemt dat sprake is van een Lithium-ijzerfosfaat-batterijsysteem en de opslagcapaciteit noemt.
Meld dat sprake is van brand of calamiteit bij een stationair LiFePO4-batterij- energieopslagsysteem en vermeld het relevante pakketformaat van 16, 32 of 48 kWh.
WAT DOET U EERST?
Een batterijmodule in de bijkeuken begint plotseling dichte rook te ontwikkelen. U staat buiten de ruimte en de externe noodstop is bereikbaar.
STARTEN EN STOPPEN.
Controleer of u de procedures uit deze module kent.
Wat is volgens het huidige praktijkassessment de eerste stap van de opstartprocedure?
Welke stap volgt na het inschakelen van het batterijpack?
Wat is de derde stap van de huidige opstartprocedure?
Wat moet de externe ESD/noodstop volgens het huidige assessment kunnen doen?
Wat is bij ernstige rookontwikkeling de juiste hoofdlijn?
Welke informatie moet bij een calamiteit expliciet worden genoemd?
U KUNT STARTEN.
EN U WEET WANNEER
U MOET STOPPEN.
U kent nu de opstartprocedure, de functie van de externe ESD en de calamiteitenprocedure uit het huidige BatterijRegeling-praktijktraject. In Module 8 sluiten we de opleiding af met storingen, veilig handelen en de voorbereiding op het examen.