06 Controle
Module 6

METEN.
CONTROLEREN.
OPLEVEREN.

Een installatie is niet klaar wanneer de laatste kabel is aangesloten. Een installatie is klaar wanneer u heeft aangetoond dat deze correct is uitgevoerd. In deze module leert u de metingen uit het BatterijRegeling-opleveringsprotocol.

BR Installatietester CONTROLE
Continuïteit beschermingsleiding
< 0.2 Ω
✓ VERWACHTE WAARDE
AC Riso > 1.0 MΩ
DC Riso > 1.0 MΩ
Leerdoelen

NIET AANNEMEN.
AANTONEN.

01 U kent de RPE-meting en de verwachte waarde.
02 U kent de AC-isolatieweerstandsmeting.
03 U kent de DC-isolatieweerstandsmeting.
04 U begrijpt foutlusimpedantie, polariteitscontrole en rapportage.
Meting 01

CONTINUÏTEIT AARDLEIDING.

Bij de RPE-meting controleert u volgens het huidige praktijkassessment de continuïteit tussen de hoofdaardrail (HAR) en de metalen behuizingen, waaronder het chassis van de omvormer en de accurekken.

UITVOERING

Laagohmige meting

In het praktijkassessment stelt de kandidaat de installatietester in op de laagohmige meting van 200 mA.

VERWACHTE WAARDE

RPE

De kandidaat moet tijdens het praktijkassessment de verwachte grenswaarde hardop kunnen noemen.

Eis opleiding < 0,2 Ω
Meting 02

ISOLATIEWEERSTAND AC.

Aan de AC-zijde wordt volgens het huidige opleidingsprotocol gemeten tussen de actieve geleiders van de omvormervoedingskabel en aarde.

TESTSPANNING

500 V DC

De kandidaat noemt tijdens het assessment een testspanning van 500 V DC.

Testspanning 500 V DC
EIS

Isolatieweerstand

De verwachte minimale isolatieweerstand moet door de kandidaat worden benoemd.

Verwachte waarde > 1,0 MΩ
Meting 03

ISOLATIEWEERSTAND DC.

Volgens het huidige praktijkassessment wordt de DC-bekabeling getest tussen DC+ en aarde en tussen DC− en aarde, vóórdat de bekabeling fysiek in de omvormer wordt aangesloten.

TESTSPANNING

1000 V DC

Voor deze oefening gebruikt het huidige BR-opleidingsprotocol een testspanning van 1000 V DC.

Testspanning 1000 V DC
EIS

Isolatieweerstand

De kandidaat moet de bijbehorende verwachte grenswaarde kunnen benoemen.

Verwachte waarde > 1,0 MΩ
Meting 04

FOUTLUSIMPEDANTIE AC.

Het opleveringsprotocol bevat daarnaast een foutlusimpedantiemeting op de AC-voedingsleiding. Hiermee wordt de automatische uitschakeling van de beveiliging in de meterkast bij kortsluiting gecontroleerd.

METING

Zs

De foutlusimpedantie wordt op de AC-voedingsleiding gecontroleerd.

DOEL

Automatische uitschakeling

De meting dient volgens het huidige materiaal ter controle van de automatische uitschakeling van de beveiliging bij kortsluiting.

Meting 05

LAATSTE CONTROLE: POLARITEIT.

Voor aansluiting controleert de kandidaat fysiek de kleurcodering en labels van de DC-terminals van batterij naar omvormer.

POSITIEF

+ → +

Controleer de positieve verbinding vóór fysieke aansluiting.

NEGATIEF

− → −

Controleer de negatieve verbinding vóór fysieke aansluiting.

Interactieve oefening

DE MEETTRAINER.

Tijdens het praktijkexamen moet u de handeling uitvoeren én de juiste waarde kunnen benoemen. Oefen dat hier.

Meting 1 van 5

RPE — welke waarde verwacht u?

U meet tussen de HAR en het chassis van de installatie.

Correct: in het huidige praktijkassessment verwacht de kandidaat een waarde kleiner dan 0,2 Ω.
Meting 2 van 5

AC-isolatieweerstand — welke testspanning?

U meet tussen actieve geleiders en aarde.

Correct: het huidige opleidingsprotocol noemt 500 V DC voor de AC-isolatiemeting.
Meting 3 van 5

Welke AC-isolatieweerstand verwacht u?

Correct: volgens het huidige protocol moet deze waarde groter zijn dan 1,0 MΩ.
Meting 4 van 5

DC-isolatieweerstand — welke testspanning?

Correct: het huidige BR-praktijkassessment noemt voor deze handeling 1000 V DC.
Meting 5 van 5

Wanneer controleert u de DC-polariteit?

Correct. Plus en min worden vóór aansluiting gecontroleerd.
Opleveren

METEN IS ÉÉN.
VASTLEGGEN IS TWEE.

De handleiding bepaalt dat de monteur de verplichte metingen na installatie uitvoert en deze in het rapport noteert.

Daarmee maken we van opleveren geen losse handeling, maar een reproduceerbaar BatterijRegeling-proces.

BATTERIJ REGELING

Opleveringsrapport

Continuïteit RPE < 0,2 Ω ✓
AC-isolatieweerstand > 1,0 MΩ ✓
DC-isolatieweerstand > 1,0 MΩ ✓
Foutlusimpedantie GECONTROLEERD ✓
Polariteit CORRECT ✓
Kennischeck

KENT U DE WAARDEN?

Deze waarden komen rechtstreeks terug in het huidige praktijkassessment.

Vraag 1 van 5

Welke waarde verwacht u bij de RPE-meting?

Correcte eis: kleiner dan 0,2 Ω.
Vraag 2 van 5

Met welke testspanning wordt in het huidige protocol de AC-isolatieweerstand getest?

Het huidige protocol noemt 500 V DC.
Vraag 3 van 5

Welke minimale waarde wordt in het huidige materiaal voor AC-isolatieweerstand genoemd?

De genoemde eis is groter dan 1,0 MΩ.
Vraag 4 van 5

Met welke testspanning wordt in het huidige protocol de DC-isolatieweerstand getest?

Het huidige protocol noemt 1000 V DC.
Vraag 5 van 5

Waarvoor dient volgens het huidige opleveringsprotocol de foutlusimpedantiemeting?

Correct. Dit is het doel dat in het huidige opleveringsprotocol wordt genoemd.
✓ Alle kennisvragen zijn beantwoord. Module 6 kan worden afgerond.
Module 6 afronden

GEMETEN.
GECONTROLEERD.
VASTGELEGD.

U kent nu de meetstappen uit het huidige BatterijRegeling-opleveringsprotocol en de waarden die tijdens het praktijkassessment moeten kunnen worden onderbouwd.

← Module 5
Beantwoord eerst alle vragen van de kennischeck voordat u Module 6 afrondt.
6/8 MODULES