NORMEN &
VEILIGHEID.
Veilig installeren begint met weten binnen welk kader u werkt. In deze module behandelen we de normen en richtlijnen die binnen het huidige BatterijRegeling-certificeringstraject worden gebruikt voor veilig werken aan LiFePO4-energieopslagsystemen.
1010
3140
9090
4288
37-1
NIET ALLEEN WETEN WAT. OOK WAAROM.
WAAROM WERKEN MET NORMEN?
Bij een batterij-installatie komen meerdere technische disciplines samen. De installateur werkt met laagspanning, hoge DC-stromen, batterijopslag, elektrische bedrijfsvoering en een fysieke opstellingsplaats.
Daarom gebruikt het huidige BatterijRegeling-certificeringstraject meerdere normen en richtlijnen naast elkaar.
Het doel van deze opleiding is vooral dat u begrijpt welk kader invloed heeft op welke handeling. Situatie, risico en handeling moeten aan elkaar gekoppeld worden.
Van norm naar handeling
Tijdens de opleiding koppelen we de theorie steeds terug naar de dagelijkse praktijk van de installateur.
VIJF KADERS.
ÉÉN VEILIGE INSTALLATIE.
Binnen het huidige BR-certificeringstraject worden de volgende vijf kaders gebruikt.
Laagspanningsinstallatie
Binnen het opleidingsmateriaal wordt NEN 1010 gekoppeld aan de AC-zijde, meterkastkoppeling, opleveringsmetingen en functionele integratie van het Energy Management System.
Veilig werken
NEN 3140 wordt in het traject gekoppeld aan veilige elektrotechnische bedrijfsvoering, veiligheidsinstructies, aanwijzingen en spanningsloos werken.
DC-veiligheid
NPR 9090 wordt gebruikt bij het werken aan gelijkspanningsinstallaties en de aandacht voor veilige batterijverbindingen en het voorkomen van gevaarlijke DC-vlambogen.
Bedrijfsvoering EOS
NEN 4288 wordt binnen het opleidingsmateriaal gebruikt voor aanvullende eisen rond veilige bedrijfsvoering, beheer en onderhoud van batterij-energieopslagsystemen.
Veilige opslag & opstellingsplaats
PGS 37-1 wordt in het huidige BR-materiaal gekoppeld aan de veilige opslag van elektriciteit en aan eisen en aandachtspunten voor de opstellingsplaats. Binnen het traject speelt dit vooral een belangrijke rol bij de technische schouw en grotere batterijpakketten.
VEILIG WERKEN BEGINT BIJ DE MONTEUR.
Het huidige praktijkassessment begint bewust niet met de batterij of omvormer, maar met de voorbereiding van de kandidaat.
Daarin worden persoonlijke beschermingsmiddelen, correct geïsoleerd gereedschap en de veiligheid van de werkplek expliciet beoordeeld.
Voor de eerste aansluiting
VOP OF VP.
VEILIGE BEDRIJFSVOERING.
In het huidige theorie-examen wordt de kandidaat expliciet getoetst op het herkennen van VOP of VP als relevante NEN 3140-aanwijzing voor de monteur die de werkzaamheden en metingen uitvoert.
Voldoende Onderricht Persoon
Deze term komt binnen het bestaande BR-examen terug als één van de relevante aanwijzingen onder NEN 3140.
Vakbekwaam Persoon
Ook deze aanwijzing wordt in het huidige opleidings- en examenmateriaal gekoppeld aan veilige elektrotechnische werkzaamheden.
DC VRAAGT EXTRA AANDACHT.
Grote kortsluitstromen en DC-vlambogen
Het huidige opleidingsmateriaal legt sterk de nadruk op DC-veiligheid. LiFePO4-systemen kunnen zeer grote kortsluitstromen leveren. Daarom moeten batterijverbindingen zorgvuldig worden voorbereid, gecontroleerd en beschermd.
VAN REGEL
NAAR HANDELING.
De normen zijn geen los theoretisch hoofdstuk. Ze komen terug in de echte installatieprocedure en in het praktijkassessment.
Voorbereiding
PBM's, geschikt gereedschap en een veilige werkomgeving worden beoordeeld voordat de technische handelingen beginnen.
DC-verbindingen
Kabelgeleiding, mechanische bescherming en polariteitscontrole worden gekoppeld aan veilige DC-installatie.
Metingen
Opleveringsmetingen en controles vormen een afzonderlijk onderdeel van het certificeringstraject.
Opstellingsplaats
De fysieke locatie van de batterij wordt al tijdens de schouw beoordeeld op relevante veiligheidsaspecten.
Bedrijfsvoering
Veilige inbedrijfstelling, noodprocedure en beheer maken deel uit van de totale opleiding.
Alles samen
BatterijRegeling vertaalt de verschillende kaders naar één vaste werkwijze voor schouw, installatie, controle en oplevering.
VIJF NAMEN.
VIJF FUNCTIES.
WELK KADER HOORT WAAR?
De vragen hieronder zijn oefenvragen. Ze tellen niet mee voor het officiële examen.
Welke norm wordt binnen het BR-traject gekoppeld aan veilige elektrotechnische bedrijfsvoering en veilig werken?
Welk kader wordt vooral gekoppeld aan DC-veiligheid en het voorkomen van vlambogen?
Welk kader speelt binnen het opleidingsmateriaal een belangrijke rol bij veilige opslag en de opstellingsplaats?
Welke norm wordt in het opleidingsmateriaal gekoppeld aan aanvullende eisen voor de bedrijfsvoering van batterijopslagsystemen?
Welke norm wordt binnen het traject gekoppeld aan AC-zijde, meterkastkoppeling en opleveringsmetingen?
Welke combinatie komt in het huidige BR-theorie-examen terug als relevante NEN 3140-aanwijzing?
VEILIGHEID HEEFT NU EEN KADER.
U kent nu de vijf belangrijkste normen en richtlijnen uit het huidige BatterijRegeling-certificeringstraject en weet welk praktijkonderwerp eraan wordt gekoppeld. In Module 3 gaan we de woning zelf beoordelen tijdens de technische schouw.